Wetenschap moet geen religie worden

Er was eens een prachtige ivoren toren waar alle wetenschappers gemoedelijk in werkten. Het probleem was dat niemand van buitenaf begreep wat ze daar deden. Ze werden daarom vriendelijk verzocht naar beneden te komen en zich te mengen onder het gewone volk. De stap naar de begane grond hebben de meesten inmiddels gemaakt. Soms vraag ik me  af of een aantal daar niet beter hadden kunnen blijven.

De wetenschap is niet meer weg te denken uit de media. In onze seculiere kenniseconomie wordt er dagelijks behoorlijk wat gediscussieerd en geanalyseerd, en vliegen de wetenschappers, kenners en experts je om de oren. Ze hebben allemaal iets te zeggen, en hebben allemaal (een beetje) gelijk.

In principe is dat een goede zaak. Heel vaak hebben ze namelijk ook gelijk. Maar waarom? Dat hoor je te weinig. Die balans is vaak zoek. Er is in het publieke debat haast nooit ruimte voor het bespreken van de toegepaste wetenschappelijke methode, waarheidsvinding of reproduceerbaarheid. Tegelijkertijd worden onderzoeksresultaten wel voortdurend gebruikt om de eigen positie te verdedigen en het eigen gelijk te verkrijgen. De wetenschappelijke feiten als ammunitie van de retorica

Feiten die in het huidige wetenschapsklimaat helaas steeds vaker worden verworven onder institutionele en systemische bias, ontstaan door onder andere geldgebrek en publiceerdruk.

Carl Sagan had gelijk

Het losjes omspringen met de impact en betrouwbaarheid van wetenschappelijke resultaten komt deels door de wetenschapsjournalistiek – het portaal tussen wetenschappers en leken – waarin vaak wordt overdreven.

Want tja, dat verkoopt, en print en de journalistiek hebben het al zo moeilijk.

Mensen bereiken door de internetjungle van Facebook, Twitter en Instagram is bovendien ook niet makkelijk. Wetenschapsverslaggeving moet daarom tegenwoordig vooral sexy zijn. En vlot.

Het moet aanspreken en begrijpelijk zijn voor iedereen, maar ook op hetzelfde niveau interesse opwekken en aandacht vasthouden zoals politiek nieuws en glossy’s dat kunnen. Waarom zouden consumenten immers geld geven en tijd spenderen aan iets dat ze niet begrijpen – lijkt de tendens.

Deze aanpak beitelt langzaamaan het positieve en betrouwbare imago van de wetenschap weg. Dat almaar willen versimpelen om de mens tegemoet te komen, juist in een wereld die sterk in complexiteit is toegenomen – het is ook geen gelukkige combinatie.

We hadden er goed aan gedaan als we naar Carl Sagan hadden geluisterd, toen hij zei:

“If we teach only the findings and products of science—no matter how useful and even inspiring they may be—without communicating its critical method, how can the average person possibly distinguish science from pseudoscience? Both then are presented as unsupported assertion.“

Nieuwe priesters

Ik heb groot respect voor een man als Robbert Dijkgraaf. Weinig mensen weten zo goed het belang van de wetenschap naar het publiek te vertalen. Helaas is niet elke populariseerder van de wetenschap in zijn hosanna zo eloquent en genuanceerd als Dijkgraaf. Neem bijvoorbeeld Bill Nye, die in zijn programma ‘Bill Nye Saves the World’ er alles aan lijkt te doen om het imago van de wetenschap om zeep te helpen in plaats van te redden. Er komen meer beroemdheden op bezoek dan wetenschappers, en de wetenschappelijke onderbouwing is vaak flinterdun. Het toppunt van plaatsvervangende schaamte was de aflevering ‘The Sexual Spectrum’. Daar wordt het punt gemaakt dat gender, net als sekse, op een spectrum ligt, zonder daar enig wetenschappelijk bewijs voor te leveren – alleen beweringen en een bijzonder tenenkrommende rap. Maar ja, hij ontvangt er wel een Emmy voor – en het wordt uitgezonden op TV – dus moet het wel waar zijn.

De grote populariseerders beginnen tegenwoordig daarom akelig veel op de vroege katholieke priesters te lijken, die zij ironisch genoeg, vaak minachten. Ook geestelijken hadden door een taal- en kennisbarrière een monopolie op de interpretatie van de waarheid – in hun geval die van de Bijbel.

Ja maar, de wetenschap zegt dit, dus ik heb gelijk

Ook al snappen jullie er niets van? Geloof ons maar! Vind of zeg je iets anders? Godslastering! Stelligheid wordt geprezen over nuance, anders begrijpen mensen er al helemaal niets meer van. ‘Science says so‘.

Dat is best begrijpelijk. Iedereen heeft door de komst van het internet een stem gekregen. Het resultaat is dat iedereen zijn eigen versie van de waarheid de wereld in kan werpen. Of het klopt? Dat maakt niet uit. Het zijn blinde virale ideeën. Het gaat niet om hun inherente waarheid, maar om hoe gemakkelijk ze zich verspreiden door de samenleving.

De wetenschap, politiek en media trekken daarom nu aan de handrem. De introductie van de woorden fake news en alternatieve feiten lijken hiervan het resultaat. Zoals de kerk opstandig deed wanneer je je eigen interpretatie van de Bijbel ging verkondigen, proberen populariserende wetenschappers en politici de waarheid nu ook krampachtig in een hokje te drukken. Maar dat hokje is te klein en de deur vliegt steeds weer open.

Informatie of feiten

Wetenschappers weten zelf dondersgoed dat hun onderzoek vaak maar een klein gedeelte van het te vertellen verhaal is, en dat veel dingen zich simpelweg niet makkelijk lenen om wetenschappelijk te worden gemeten. Niet voor niets vind je nergens vaker de woorden mogelijk, waarschijnlijk en misschien als in wetenschappelijke artikelen. Jammer genoeg poetsen universitaire persbureaus vaak elke vorm van nuance weg, en nemen online media persberichten klakkeloos over.

De wetenschappelijke feiten waar mensen mee strooien zijn dus vaak geen objectieve vaststelling van de werkelijkheid, of ammunitie voor debat, en zouden we dus ook niet zo moeten gebruiken. Het is informatie dat op dit moment, gegeven het bewijs, theorie en context, het meest waarschijnlijk lijkt. Dat de consensus na jarenlang onderzoek, over veel wetenschappelijk thema’s bijzonder sterk is, betekent nog steeds niet dat dit de officiële ondoorgrondbare waarheid is. De wetenschap is een methode om consensus te verkrijgen in verklaringen en theorieën van de werkelijkheid, en nooit bedoelt om als vingerwijzende autoriteit op te treden. De vraag zou het antwoord moeten bepalen – niet andersom.

In de psychologie bijvoorbeeld, waar ik vandaan kom, wordt haast niet nagedacht over de fundamentele waarheden van het vakgebied of het kader waarop nieuw onderzoek zich voortbouwt. Waarom vragen stellen, wanneer we de antwoorden toch al hebben? Het was daarom des te schrijnend om te zien dat de helft van die waarheden bij nader inzien niet lijken te kloppen. Dit terwijl ze wel veelvuldig worden geciteerd en als inspiratie dienen voor nieuwe onderzoeksvoorstellen (en binnen het bedrijfsleven en de overheid menig beleid beïnvloeden). Om nog maar te zwijgen over de resultaten van   economische en sociologische wetenschappelijke experimenten.

Dogmatische waarheden

Het is daarom fascinerend om te zien hoe de wetenschap als autoriteit wordt gebruikt om de chaotische realiteit aan een onfeilbaar en onbeweegbaar begrip te onderwerpen. Klimaatverandering, vaccinaties, voeding, gezondheidszorg, verslavingsproblematiek, de menselijke natuur en GMO’s; het zijn veelal maatschappelijke debatten waarin alle belanghebbenden zich in loopgraven verschuilen achter een muur van eigen gekozen wetenschappelijke feiten.

Dit lijkt voort te komen uit dezelfde angst en onzekerheid die ons naar religie drijft. We zijn bang om te onderkennen dat het vermogen de wereld aan onze wil en rede te onderwerpen niet altijd voldoende is. Want hoeveel onderzoek, experimenten en computersimulaties ons ook kunnen vertellen, er zijn altijd variabelen die missen, data die ontbreekt en kritische vragen die onbeantwoord blijven. We denken enorm veel te weten, maar realiseren ons te weinig hoeveel we niet weten.

De fundamentele natuurwetenschappen worden minder geplaagd door fake news en alternatieve feiten. In de krant lees je nooit over DNA of atoom ontkenners. Je ziet weinig mensen de bühne opgaan om stellig te beweren dat de lichtsnelheid toch echt anders is. Als stunt uit het raam springen om te bewijzen dat zwaartekracht een complottheorie is? Onwaarschijnlijk. Het is voor de meesten namelijk heel duidelijk dat het universum volgens bepaalde natuurwetten wordt gestuurd die we redelijk goed begrijpen. Flat-earthers daargelaten.

Hier is dus echt geen enkel bewijs voor – enkel beweringen en slecht uitgevoerde wiskunde.

Het probleem van expertise en waarheidsvinding in onze tijd ligt dus voornamelijk in de wat jongere sociale en datagedreven wetenschappen. Het zijn de alfadisciplines die ons op basis van wetenschappelijk onderzoek willen vertellen hoe we zouden moeten denken en leven als mens. Maar het doel is daar niet alleen het verklaren van de werkelijkeheid door bijvoorbeeld te zoeken naar een higgs-deeltje, maar ook het normatief invullen van de alledaagse tastbare werkelijkheid. Dat is een vrij onmogelijke opgave.

Marcheren voor niets

Als kers op de taart van deze inspanning was daar op 22 april 2017 de wereldwijde March of Science. Ik was erbij, in Amsterdam. Helaas was het vrij teleurstellend. Het was voornamelijk een wedstrijd ‘creatief bordjes maken’, en het ging bar weinig over de echte staat van de wetenschap (wel over verbinding, vertrouwen en meer vrouwen op de universiteit).

Volgens cognitiewetenschapper Steven Pinker kwam daarom door de sterk politiek correcte toon van het evenement de pro-wetenschap boodschap in het geding. Zonde. Er is namelijk zat om voor te marcheren. Om maar iets te noemen: de toenemende werkdruk van professoren, penibele staat van veel PhD-studenten, onzekere tijdelijke contracten, terugvallende studentenresultaten, studies die bijzonder slecht aansluiten op de arbeidsmarkt, geldschietende lobbyisten en het peer-review systeem dat sterk aan vernieuwing toe is. In plaats daarvan werd er voornamelijk met platituden gestrooid. ‘Wetenschap is echt’. Daar twijfelt toch niemand aan? Of de wetenschap altijd de waarheid in pacht heeft, is een belangrijkere vraag.

Komt de waarheidsvinding echt in het gedring doordat we in een in een ‘Trumpiaans’ tijdperk leven? Ik heb sterk het vermoeden dat Trump hier weinig mee te maken heeft. Trump is gewoonweg een grotesk vleesgeworden karikatuur van onze 21-eeuwse internetsamenleving waar iedereen ongegeneerd zijn eigen zegje mag doen,  en daar ook nog eens duimpjes voor ontvangt.

Holle termen


Alternatieve feiten en fake news? Noemden we dat vroeger niet gewoon pseudowetenschap en propaganda?

Voor de staat van de waarheidsvinding en de wetenschap zijn deze concepten dus ook niet echt een wetenschappelijk, eerder een maatschappelijk probleem. Eén die ons allen aangaat.

Ook al wordt de wetenschappelijke methode zo nauwkeurig mogelijk toegepast in de nieuwere wetenschappen, het is lastiger spreken van meer fundamentele en absolute waarheden zoals dat mogelijk is in de natuurwetenschappen. Wanneer we het dus over een eenduidige wetenschap hebben – in plaats van verschillende wetenschappelijke disciplines, methodieken en statistische methoden – wordt de wetenschap een soort stempel die bepaald of iets goed of fout is. Klopt of niet klopt. Niet bijzonder wetenschappelijk. De sociale wereld met zijn cultureel historische, politieke en economische belangen en mogelijke interpretaties daarvan is namelijk te complex om in één model of verklaring te vangen.


Om deze redenen zijn de recente introductie van alternatieve feiten en fake news (lees hier in het Engels wat ik schreef over de opmerkelijke opmars van de term fake news) voor echte waarheidsvinding zorgelijk te noemen. De wetenschap riskeert zo ten prooi te vallen aan dwingende politieke en economische krachten.

Het plaatst een normatief karakter op fenomenen in de sociale wereld en bepaalt of iets wenselijk is of niet, met de wetenschap, in plaats van religie, als nieuwe ultieme autoriteit.

De nieuwe wetenschapper

Er bestaat maar één reeks feiten, en de rest moet dan wel niet kloppen. Het creëert net zoals theologie een wereldbeeld dat aanmoedigt tot blinde consensus en overgave aan een hogere macht, die je als individu toch nooit echt zal begrijpen. Als je afdwaalt van het geaccepteerde spoor wacht de sociale schandpaal of loop je onderzoeksgeld mis.

Het gaat tegenwoordig te veel om het vinden van het wenselijke antwoord en beurzen bemachtigen, in plaats van het stellen van scherpe kritische vragen. Gezien het zelfkritisch karakter van de wetenschappelijke methode en de universiteit is dat niet een bijzonder behulpzame aanname.

Want wetenschappers zijn geen priesters.

De universiteit niet de kerk.

Laat de verontwaardigde wetenschappers dus vooral eerst naar zichzelf kijken voordat de aanval wordt ingezet op de ongelovigen. Laten we ervoor zorgen dat de wetenschap niet de ogen sluit, maar ogen blijft openen.

Zoals het altijd heeft gedaan – en bedoeld was.

Amen.


(Dit is een aangepaste versie van een essay dat ik oorspronkelijk heb geschreven als inzending voor de Robbert Dijkgraaf Essayprijs. Vanwege belangenverstrengeling was de inzending niet meer mogelijk. Het thema van de essayprijs was: Wetenschap in een Trumpiaans tijdperk. Wat is de rol van expertise en waarheidsbeleving in een tijd van alternatieve feiten en fake news?)

Author: Ruben Boyd

My name is Ruben Boyd, an aspiring science journalist and a graduate of the Cognitive Science Research track of the Artificial Intelligence Master at the VU - William James Graduate School. My roots lie in Psychology, and in 2014 I proudly obtained my Bachelor of Science at the VU Amsterdam.